Rol facilitator
print
home
"Every time I intervene, I deprive a group
member
of the chance to do something important." - Jim Elliott -
Wat moet een facilitator van een grote groep allemaal
kunnen? Hoe ga ik om met lastige mensen in een bijeenkomst? Wat doe ik als het
niet loopt zoals gepland?
De facilitator maakt het mogelijk dat anderen goed kunnen
werken, hun doelen kunnen bereiken. In een LSI-traject ligt de
verantwoordelijkheid voor het succes niet bij de facilitator alleen, maar bij alle
deelnemers gezamenlijk. Dat vraagt een bescheiden houding en het loslaten van
een adviseursperspectief of trainersperspectief.
De facilitator heeft niet de antwoorden, maar stelt
vragen en trekt daarbij zo min mogelijk aandacht. Het werk wordt voor een
belangrijk deel gedaan in kleine groepen of tafelgroepen die zichzelf
faciliteren. Het succes zit daarmee voor het grootste deel in een zorgvuldige
voorbereiding. Ook daar deelt de facilitator zijn of haar verantwoordelijkheid,
met de voorbereidingsgroep. Voor goede literatuur over faciliteren zie
tips.
Mike Bell heeft een mooi artikel geschreven over de rol van de
facilitator (download
hier). Hij vergelijkt de rol van de facilitator met die van een
animator. De animator maakt "shamaan-achtige" tochten naar andere werelden.
Tochten door andere werelden binnen de groep door zijn/haar waarnemingsvermogen, gevoeligheid,
verbeeldingskracht, antwoorden die vanuit de eigen spirituele kracht komen, door
bewust aanwezig te zijn. Tochten buiten de groep in onderzoek, deelnemen aan
netwerken en op internet. De animator neemt zijn/haar ervaringen mee terug voor
de groep. Dat vraagt interne discipline, betrokkenheid, continu leren en
zelfbewustzijn.
Harrison Owen, de grondlegger van Open
Space, beschrijft de taak van de facilitator als het "kanaliseren van de
levensgeest" door "de ruimte vast te houden", een aanwezige die de groep in
staat stelt zich bewust te zijn van een plaats waarin alles wat zich voordoet
moet gebeuren. Interventies worden zo gedaan dat ze consistent zijn met de
Spirituele levensenergie in de groep.
Tonnie: Ik heb ervaren dat het cruciaal is dat je zelf
gelooft in de mogelijkheden van de groep en dat ook duidelijk laat merken. Mijn
eigen houding moet ook uitstralen dat ik er zelf in geloof.
Enkele richtlijnen voor het faciliteren van een LSI-traject en
een Large Group Intervention:
| aandachtspunten |
richtlijnen en tips |
| voorbereiding is meer dan de
helft van het werk |
|
| werken met de voorbereidingsgroep (en
opdrachtgever) |
- laat je niet verleiden door tijdsdruk of de focus
op een event of onwennigheid met niet-rationele werkvormen) om de
principes van LSI los te laten; hou vast aan voldoende diversiteit
in deelnemers (afspiegeling van het systeem), het verkennen van de
context van een vraagstuk in tijd en omgeving en het aanspreken van
een zo breed mogelijk register van kwaliteiten van mensen
- heb aandacht en begrip voor het soort
"rouwproces" dat met name bestuurders en managers doorlopen als een
fundamenteel andere benadering wordt gevraagd
- opdrachtgevers willen vaak "concrete resultaten"
zien; benoem die duidelijk en sluit aan bij voor hen vertrouwde
termen
- als er een zekere scepsis is in het begin: vraag
om vertrouwen en openheid om verrast te worden, maar ga niet
overtuigen
- demonstreer de principes van LSI ook in de
voorbereidingsgroep, in plaats van erover te praten; maak
bijvoorbeeld samen met de voorbereidingsgroep een tijdlijn waarin
cruciale momenten en beoogde resultaten worden aangeven; het vormt
een mooi uitgangspunt voor verdere ontwerp vragen: waarom willen we
dat, wie hebben we daarvoor nodig, wat moeten we daarvoor doen etc.;
of andere gezamenlijke visualisaties zoals een mindmap,
- zeg nee als de opdrachtgever/sponsor hier niet
mee akkoord gaat
|
| faciliterende houding |
- je houding is belangrijker dan de inhoud van je
woorden
- accepteer mensen zoals ze zijn, niet zoals je zou
willen dat ze zijn
- geen oordelen uitspreken: ieders waarheid is waar
en de mening van de facilitator is niet relevant
- maak geen analyses of samenvattingen
- vermijd het woordje "ik", zeg niet "ik wil...",
maar "willen jullie...."
- vermijd "schools" gedrag (loop niet tussen de
tafels door als groepen bezig zijn)
- gebruik aansprekende metaforen in plaats van
abstracte teksten
- geloof in je eigen vermogen om een goede
facilitator te zijn
- faciliteren kan ondankbaar werk zijn; als het
goed loopt heeft men het gevoel dat het vanzelf ging
|
| omgaan met conflicten en
meningsverschillen |
- zorgen, verwarring, pijn niet weg willen nemen,
maar er in mee contact zijn
- conflicten verhelderen, niet oplossen; diepgaande
conflicten kunnen niet even gefikst worden maar vragen wel aandacht;
een flap met "onopgeloste vraagstukken" kan helpen
- stel vragen om begrippen tastbaar te maken: kan
je een voorbeeld geven? waaraan merk je dat? wat heb je gezien? wat
zou je willen zien?
- focus op de gezamenlijke taak
|
| flexibiliteit |
- ga om met wat zich voordoet, niet met wat zich
zou moeten voordoen
- niet willen motiveren als de energie in de groep
weg is, maar vragen hoe dat komt en het programma waar nodig
bijstellen
|
| resultaten |
- krachtige vragen formuleren (zie leidraad:
The
art of powerful questions)
- geef duidelijke instructies, op een manier die
aansluit bij de cultuur; liefst op verschillende manieren aanbieden
(vertellen, op papier, met plaatjes)
- mensen uitnodigen om hun bijdrage te leveren
- vraag of iemand de tijd in de gaten wil houden
als dat nodig is
- werk in het hier en nu: zoveel mogelijk real time
veranderen
|
Meer over faciliteren: zie de handleiding
Basic Facilitation Skills
van de IAF